ECLI:NL:RBDHA:2017:7111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning arbeid als zelfstandige en oplegging inreisverbod
Eiser, een Turkse onderdaan, heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid als zelfstandige, waarvan de laatste op 12 oktober 2013. Alle aanvragen zijn afgewezen, waaronder een eerdere uitspraak van deze rechtbank in 2015 die het beroep ongegrond verklaarde.
In het bestreden besluit handhaaft de staatssecretaris de afwijzing van de aanvraag van 25 november 2016 op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat eiser geen rechtens relevante nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd. De rechtbank toetst of de afwijzing op juiste wijze is gemotiveerd en concludeert dat de overgelegde stukken grotendeels niet nieuw zijn en essentiële documenten ontbreken, zoals een volledig ondernemingsplan en definitieve jaarrekening.
Eiser voert aan dat zijn vorige gemachtigde fouten maakte en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en het standstill-beginsel uit het Besluit nr. 1/80, maar deze gronden slagen niet. Ook het opgelegde inreisverbod voor vijf jaar wordt bevestigd omdat het niet in strijd is met de wet en eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond.
De rechtbank wijst het beroep af, veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser en verklaart dat het beroep niet ontvankelijk is voor de door eiser overgelegde nieuwe stukken die te laat zijn ingediend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag verblijfsvergunning arbeid als zelfstandige wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod van vijf jaar bevestigd.