ECLI:NL:RBDHA:2017:6828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele geaardheid en risico op vervolging
Eiser, een Afghaanse man die zich als homoseksueel identificeert, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij in Afghanistan vervolging en zelfs de dood zou riskeren vanwege zijn seksuele geaardheid. Hij baseerde zijn verzoek op persoonlijke ervaringen, waaronder bedreigingen door familie van een voormalige partner en het ontbreken van acceptatie binnen zijn eigen familie.
De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid van eiser, mede omdat eiser onvoldoende kon toelichten zijn bewustwordingsproces en relaties. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de Werkinstructie 2015/9 correct had toegepast en dat eiser niet overtuigend had verklaard over zijn seksuele relaties en de impact daarvan.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende kennis had van de LHBT-gemeenschap en wetgeving in Nederland en Afghanistan, wat zijn geloofwaardigheid verder ondermijnde. Medische klachten en geheugenproblemen werden niet voldoende aannemelijk gemaakt om het gebrek aan details te verklaren.
Ten slotte stelde de rechtbank vast dat er geen sprake is van een uitzonderlijke situatie in Afghanistan die een verblijfsvergunning zou rechtvaardigen en dat eiser geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.