ECLI:NL:RBDHA:2017:6827
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning kinderpardon en weigering vrijstelling leges
Verzoekers, een gezin met Nigeriaanse nationaliteit, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de kinderpardonregeling. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld vanwege het niet betalen van de leges. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers niet in aanmerking kwamen voor vrijstelling van de legesverplichting omdat zij niet tot de in de wet genoemde categorieën behoorden. De rechtbank overwoog dat het niet betalen van leges geen ontneming van een effectief rechtsmiddel inhoudt, mede omdat de kinderpardonregeling begunstigend beleid is en niet voortvloeit uit het EVRM.
Verzoekers voerden aan dat zij niet in staat waren de leges te betalen en dat dit een belemmering vormde voor toegang tot de rechter. De rechtbank stelde vast dat verzoekers weliswaar vrijgesteld werden van griffierechten wegens betalingsonmacht, maar dat de weigering van vrijstelling van leges terecht was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Dutrieux op 22 juni 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het verzoek om vrijstelling van leges wordt ongegrond verklaard en afgewezen.