ECLI:NL:RBDHA:2017:3009
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering algemene heffingskorting via aanslagen IB/PVV ondanks niet-belastingplicht
Eiseres, woonachtig in België en niet belastingplichtig in Nederland, ontving in 2003 en 2004 onterecht algemene heffingskorting. Verweerder legde aanslagen IB/PVV op om deze bedragen terug te vorderen. Eiseres voerde aan dat terugvordering via aanslagen niet mogelijk was omdat zij niet belastingplichtig was. De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 15 januari 2010, waarin is geoordeeld dat dergelijke aanslagen de werking van een beschikking op grond van artikel 15 AWR Pro hebben en dus kunnen worden gebruikt voor terugvordering.
De rechtbank oordeelt dat de aanslagen voor 2003 en 2004 als zodanig kunnen worden beschouwd en dat het beroep op verjaring faalt omdat de aanslagen binnen de wettelijke termijn zijn opgelegd. Hoewel de uitspraken op bezwaar onjuist zijn gemotiveerd, worden deze vernietigd en worden de rechtsgevolgen in stand gelaten. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
De uitspraak bevestigt de mogelijkheid om onterecht verleende heffingskortingen terug te vorderen via aanslagen, ook bij personen die niet belastingplichtig zijn, en verduidelijkt de toepassing van artikel 15 AWR Pro in dit kader.
Uitkomst: De aanslagen IB/PVV worden geacht beschikkingen te zijn op grond van artikel 15 AWR, waardoor de terugvordering van de algemene heffingskorting rechtmatig is en de beroepen van eiseres worden toegewezen.