ECLI:NL:RBDHA:2017:2910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en verzoek opheffing zwaar inreisverbod Irak
Eiser, een soennitische Koerd uit Irak, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eerder was aan eiser al een zwaar inreisverbod opgelegd dat nog van kracht was. De rechtbank beoordeelde het beroep als een verzoek tot opheffing van dit inreisverbod.
Verweerder stelde dat de stad Bagdad als veilig vestigingsalternatief kon worden beschouwd, omdat eiser daar eerder had verbleven en Arabisch spreekt. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de veiligheidssituatie in Bagdad ernstig is en hij geen identiteitsdocumenten kan verkrijgen om veilig te reizen of zich te vestigen.
De rechtbank oordeelde dat de veiligheidssituatie in Bagdad niet voldoet aan de criteria voor een beschermde situatie volgens de toepasselijke richtlijnen en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen identiteitsdocumenten kan verkrijgen. Ook achtte de rechtbank het redelijk dat eiser zich in Bagdad zou kunnen vestigen ondanks het ontbreken van een sociaal netwerk.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot opheffing van het inreisverbod afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het verzoek tot opheffing van het zwaar inreisverbod wordt ongegrond verklaard.