ECLI:NL:RBDHA:2016:8327
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. Singeling
- M.J. van den Bergh
- E.J. Otten
- Rechtspraak.nl
Geen verblijfsrecht voor partner van moeder van Unieburgers op grond van Richtlijn 2004/38/EG
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een artikel-9-document dat rechtmatig verblijf bevestigt als partner van referente, moeder van drie Franse minderjarige kinderen met een afgeleid verblijfsrecht. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet als familielid van de Unieburgers wordt beschouwd en geen verblijfsrecht kan ontlenen aan de Richtlijn 2004/38/EG.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet onder de beschermingskring van de Richtlijn valt, mede omdat hij niet ten laste is van de Unieburgers. Ook analoge toepassing van de Richtlijn wordt verworpen. Het beroep op artikel 20 en Pro 21 VWEU wordt afgewezen, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Unieburgers gedwongen worden Nederland te verlaten door weigering van zijn verblijf.
Verweerder heeft de hoorplicht en het motiveringsbeginsel geschonden door niet adequaat in te gaan op de argumenten van eiser. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.