ECLI:NL:RVS:2013:BY8254
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 19 mei 2011 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 5 september 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Zij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de toepassing van artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro buiten beschouwing had gelaten, terwijl zij zich ook beroept op artikel 7 en Pro 24 van het EU-Handvest. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht geen beroep op deze bepalingen ambtshalve heeft gelezen, omdat het aangevoerde niet leidt tot afgifte van het gevraagde document.
De Afdeling benadrukte dat de afgifte van het document uitsluitend bevestigt dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bestaat, en dat een beroep op artikel 8 EVRM Pro of artikel 3 IVRK Pro niet kan leiden tot afgifte van het document. Indien de vreemdeling haar aanspraak op verblijf op grond van deze bepalingen wil laten beoordelen, dient zij een aparte aanvraag in te dienen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan.