ECLI:NL:RBDHA:2016:8125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Iraakse eiser wegens ongeloofwaardige bedreigingen en onvoldoende risico op vervolging
Eiser, een Iraakse nationaliteit bezittende man en mede-eigenaar van een slijterij in Bagdad, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees dit verzoek af omdat de gestelde bedreigingen door een sjiitische militie en de moord op de echtgenote van eiser niet geloofwaardig werden geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel na beoordeling van tegenstrijdige verklaringen van eiser over de bedreigingen en het ontbreken van een concreet causaal verband tussen de bedreigingen en de moord.
Daarnaast achtte de rechtbank het risico op bloedwraak van de schoonfamilie van eiser niet aannemelijk, mede omdat bloedwraak volgens het ambtsbericht beperkt voorkomt en vooral tussen mannen van verschillende families speelt. Eiser voerde aan dat in Bagdad sprake is van een 15c-situatie volgens de EU-Definitierichtlijn, maar de rechtbank volgde de jurisprudentie die stelt dat Bagdad niet als zodanig kan worden aangemerkt.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op ernstige schade heeft aangetoond zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 en het Vluchtelingenverdrag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser op asiel wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.