ECLI:NL:RBDHA:2016:3007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij verblijfsvergunning asiel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit waarbij haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, tweede lid, onder b, Vreemdelingenwet 2000. Zij stelt dat zij een gunstigere vergunning op de a-grond had moeten krijgen en dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de mogelijkheid tot een zelfstandige asielaanvraag. Tevens vreest zij een verblijfsgat bij intrekking van de vergunning.
De rechtbank overweegt dat eiseres geen procesbelang heeft omdat zij geen gezinsleden wenst te laten nareizen die haar een gunstigere materiële rechtspositie kunnen verschaffen. De verleende vergunning geeft dezelfde rechten als een vergunning op de a-grond, en eiseres heeft niet concreet gemaakt dat zij nadelige gevolgen ondervindt van de grond waarop de vergunning is verleend.
Verder is vastgesteld dat eiseres de mogelijkheid heeft om zelfstandig een asielaanvraag in te dienen, waarbij de huidige vergunning behouden blijft indien die aanvraag niet leidt tot een nieuwe vergunning. De rechtbank concludeert dat het beroep niet ontvankelijk is wegens het ontbreken van een belang bij de beoordeling van het beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang.