ECLI:NL:RBDHA:2016:16567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tj. Gerbranda
- J.H. van Breda
- R. Raat
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluiten en inreisverboden wegens onvoldoende motivering vertrektermijn en inreisverbod
Eisers, afkomstig uit Servië, hadden asielaanvragen ingediend die door verweerder op 2 september 2016 als kennelijk ongegrond zijn afgewezen op grond van Servië als veilig land van herkomst. Tevens werden zij verplicht Nederland onmiddellijk te verlaten en werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eisers stelden beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat Servië een veilig land van herkomst is, waarbij het algemene rechtsvermoeden geldt dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben. Eisers konden de bescherming van de Servische autoriteiten inroepen, wat zij ook hebben gedaan. De rechtbank wijst erop dat de situatie van Roma en andere minderheden in Servië weliswaar problematisch is, maar dat dit niet betekent dat Servië geen veilig land van herkomst is.
Ten aanzien van het onthouden van een vertrektermijn overweegt de rechtbank dat het beleid van verweerder niet inhoudt dat automatisch wordt afgezien van een vertrektermijn bij afwijzing van een asielaanvraag als kennelijk ongegrond. De vreemdeling kan in de bestuurlijke fase persoonlijke omstandigheden aanvoeren die meegewogen moeten worden. Eisers hadden aangegeven Nederland per auto te willen verlaten en dat hun kinderen op school zitten, wat verweerder had moeten betrekken. Het besluit om geen vertrektermijn toe te kennen is onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen in stand blijven.
Ook het opgelegde inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bijzondere omstandigheden die eisers hadden aangevoerd. De rechtbank laat echter de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand, omdat verweerder in het verweerschrift alsnog gemotiveerd heeft waarom het inreisverbod passend is. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten van €1.240 aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de terugkeerbesluiten en inreisverboden wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand.