ECLI:NL:RBDHA:2016:16557
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inreisverbod en weigering verblijfsvergunning na TBS-maatregel
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger die sinds 1999 in Nederland verblijft en ter beschikking is gesteld (TBS) na ernstige geweldsdelicten, verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring en om een verblijfsvergunning voor medische behandeling. Verweerder weigerde deze aanvragen en legde een inreisverbod van tien jaar op.
De rechtbank oordeelt dat de ongewenstverklaring tevens een terugkeerbesluit omvat en dat verweerder bevoegd was het inreisverbod op te leggen. De ernst van de gepleegde feiten en het risico op recidive, zoals vastgesteld in psychiatrische rapporten en verlengingsbeslissingen, rechtvaardigen het inreisverbod. De rechtbank ziet geen reden om af te zien van het inreisverbod of om een verblijfsvergunning toe te kennen zolang de TBS-maatregel loopt.
Verder oordeelt de rechtbank dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden, aangezien eiser tijdig is geïnformeerd en gelegenheid heeft gehad zich te verweren. Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk. De rechtbank kent geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep tegen het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.