ECLI:NL:RBDHA:2016:15615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonvaststelling Wazo-uitkering bij meervoudige dienstbetrekking
De werkneemster was op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst werkzaam bij de werkgeefster en had daarnaast een dienstverband bij een andere stichting. De werkgeefster diende een aanvraag in voor een Wazo-uitkering voor de werkneemster, waarbij het dagloon werd vastgesteld op basis van het loon bij de werkgeefster alleen.
De werkgeefster maakte bezwaar tegen de dagloonberekening omdat het loon uit de andere dienstbetrekking niet werd meegenomen, wat volgens haar leidde tot een onjuiste en onrechtvaardige vaststelling. De rechtbank oordeelde dat de dagloonberekening conform artikel 3:13 Wazo Pro correct was toegepast en dat de rechter niet bevoegd is om formele wetgeving op billijkheid te toetsen.
Verder verwierp de rechtbank het betoog over discriminatie op grond van internationale verdragen omdat geen gelijke gevallen ongelijk werden behandeld. Het beroep van de werkneemster werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaar had gemaakt. Het beroep van de werkgeefster werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de werkneemster is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de werkgeefster ongegrond.