ECLI:NL:RBDHA:2015:8616
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel na erkenning vluchtelingenstatus in Italië
Eisers, erkend als vluchteling in Italië, vroegen in Nederland verblijfsvergunningen asiel aan die werden afgewezen op grond van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelden dat zij als kwetsbaar gezin, met jonge kinderen en zwangerschap, niet naar Italië konden worden teruggestuurd vanwege slechte opvang en detentie.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van eisers niet vergelijkbaar is met het arrest Tarakhel tegen Zwitserland, dat specifiek ziet op asielzoekers en niet op erkende vluchtelingen. De rechtbank vond dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank overwoog dat eisers in Italië de vluchtelingenstatus hebben en toegang tot noodzakelijke voorzieningen, en dat zij zich tot Italiaanse autoriteiten hadden kunnen wenden. De door eisers aangevoerde rapporten boden geen aanleiding tot een ander oordeel. De beroepen werden ongegrond verklaard en de verzoeken tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen asiel omdat eisers in Italië als vluchteling zijn erkend en geen schending van artikel 3 EVRM aannemelijk is.