ECLI:NL:RVS:2013:1193
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling in stand blijven besluiten afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 4 februari 2011 en 26 mei 2011 besluiten genomen tot afwijzing van aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van twee vreemdelingen. De rechtbank 's-Gravenhage heeft deze besluiten vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de rechtsgevolgen van het besluit van 26 mei 2011 niet in stand konden blijven, aangezien de vrouw erkend vluchteling is in Italië en daardoor voldaan is aan de voorwaarden van artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het de rechtsgevolgen van de besluiten niet in stand liet en de minister opdroeg nieuwe besluiten te nemen. De rechtsgevolgen van de besluiten van 4 februari en 26 mei 2011 blijven volledig in stand. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €472,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van de besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunningen blijven in stand en de minister hoeft geen nieuwe besluiten te nemen.