ECLI:NL:RVS:2012:BV7823
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na overdracht aan Italië
De vreemdeling, erkend als vluchteling in Italië, vroeg in Nederland een verblijfsvergunning asiel aan, die door de minister werd afgewezen. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar de minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de aanvraag slechts kan worden afgewezen indien de vreemdeling in het derde land (Italië) bescherming kan krijgen en een redelijke band met dat land heeft. Dit was het geval omdat de vreemdeling in Italië als vluchteling erkend is.
De vreemdeling voerde aan dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet naleeft en dat overdracht aan Italië strijdig zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, onderbouwd met diverse rapporten en EHRM-interim measures. De Raad van State oordeelde dat deze algemene documentatie en het persoonlijke relaas onvoldoende zijn om een schending aan te nemen.
De minister mocht op het interstatelijk vertrouwensbeginsel steunen en aannemen dat Italië de refoulementverboden naleeft. De Raad van State bevestigde het eerdere vonnis en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd en de vreemdeling wordt overgedragen aan Italië.