Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
omtrent de tijd en de plaats van de feitelijke overleveringwordt aangehouden in de daar genoemde gevallen. In zoverre is dan ook geen sprake van een verkapt appel tegen de uitspraak van de IRK.
verplichtuitstel voor van de feitelijke overlevering in de gevallen van samenloop met een Nederlandse strafvervolging of tenuitvoerlegging van een straf (Kamerstukken II, 2002-2003, 29 042, nr. 3, p. 27). Ook het verweer van de Staat dat artikel 36 lid 1 OLW Pro slechts in samenhang met het tweede lid moet worden bezien, slaagt niet. Het tweede lid bevat immers een alternatief voor uitstel, namelijk het onmiddellijk overgaan tot feitelijke overlevering onder voorwaarden. Dergelijke voorwaarden zijn ten aanzien van eiser niet gesteld.