ECLI:NL:GHSHE:2011:BP4384
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Raadkamer
- J.P.F. Rijken
- F. van Beuge
- P.A.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring en buiten vervolging stelling bij omkopingszaken vastgoedtransacties
In deze strafzaak staat de vraag centraal of bepaalde omkopingsfeiten rondom vastgoedtransacties zijn verjaard en of de dagvaarding rechtsgeldig is betekend. De verdachte werd in eerste aanleg buiten vervolging gesteld voor enkele transacties vanwege verjaring. De advocaat-generaal betoogde dat de verjaring was gestuit door een vordering tot doorzoeking bij de rechter-commissaris en subsidiair door de dagvaarding.
Het hof oordeelt dat het vorderen van een machtiging tot doorzoeking geen daad van vervolging is die de verjaring stuit, omdat dit een onderzoeksmaatregel betreft en geen formele vervolgingshandeling. De dagvaarding voor de zitting van 6 augustus 2008 is echter wel een daad van vervolging die de verjaring stuit, ook al was deze gericht aan een medeverdachte.
Het hof stelt vast dat de verjaringstermijn aanvangt op het moment van het doen van de giften of beloften. Voor transacties die dateren van vóór 29 september 2002 is de verjaring verstreken. Daarom wordt de verdachte buiten vervolging gesteld voor de aankooptransacties van panden te Utrecht, Veldhoven en Maastricht. De dagvaarding is niet rechtsgeldig betekend voor de zitting van 29 oktober 2008, maar wel voor de eerdere zitting van 6 augustus 2008, wat relevant is voor de stuiting van de verjaring.
De beschikking van het hof vernietigt de eerdere beslissing en wijst de bezwaren tegen de dagvaarding voor het overige af. De tenlastelegging wordt aangepast in overeenstemming met deze beslissing.
Uitkomst: Verdachte wordt buiten vervolging gesteld voor verjaarde omkopingsfeiten en dagvaarding wordt deels niet-ontvankelijk verklaard.