ECLI:NL:RBDHA:2015:8239
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- J.P.F. Slijpen
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen pseudo-eindheffing hoog loon 2014
Eiseres, een groothandel in chemische grondstoffen, betaalde over maart 2014 een pseudo-eindheffing hoog loon volgens artikel 32bd Wet LB 1964. Zij betwistte deze heffing op grond van strijdigheid met de wetssystematiek, artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro. Tevens stelde zij dat de verlenging van de heffing in strijd is met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank verwees naar eerdere rechtspraak van Hof Den Haag en oordeelde dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij fiscale maatregelen. De verlenging van de heffing tot en met 2014 was volgens de rechtbank niet van redelijke grond ontbloot gezien de noodzaak om het begrotingstekort terug te dringen. Het feit dat aanvankelijk was toegezegd dat de heffing slechts voor 2013 zou gelden, maakt dit oordeel niet anders.
Het verzoek van eiseres om de behandeling van het beroep aan te houden in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad werd afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende belangen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de pseudo-eindheffing hoog loon 2014 wordt ongegrond verklaard.