TMG vorderde schadevergoeding van de Staat wegens het jarenlang niet mogen publiceren van programmagegevens, omdat de Nederlandse implementatie van de Europese databankrichtlijn onjuist zou zijn geweest. TMG stelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld en dat zij schade had geleden door het niet kunnen publiceren van weekoverzichten van televisieprogramma’s.
De Staat voerde verjaring aan, stellende dat TMG al sinds 1998 bekend was met de implementatie en dat de vordering daarom verjaard was. TMG betoogde dat het onredelijk was om haar aan de verjaring te houden, omdat eerdere jurisprudentie en procedures het zinloos maakten om de Staat eerder aansprakelijk te stellen.
De rechtbank oordeelde dat de vraag naar de juiste implementatie van de richtlijn losstaat van de vraag of geschriftenbescherming geldt en dat TMG onvoldoende aannemelijk maakte dat het zinloos was om eerder tegen de Staat op te treden. Het beroep op verjaring door de Staat werd gegrond verklaard en de vorderingen van TMG werden afgewezen.
TMG werd veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard. De bescherming van programmagegevens als niet-originele geschriften is per 1 januari 2015 vervallen.