ECLI:NL:RBDHA:2015:6406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.M.J.H. Muijlaert
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring en schadevergoeding wegens gebrek aan redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China
Eiser, van Chinese nationaliteit, werd op 12 februari 2015 in bewaring gesteld en kreeg een terugkeerbesluit met inreisverbod opgelegd. Hij stelde beroep in tegen beide besluiten. De rechtbank oordeelt dat de bewaring onrechtmatig is omdat het redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China ontbreekt, mede vanwege het uitblijven van medewerking van Chinese autoriteiten en het ontbreken van nieuwe ontwikkelingen sinds eerdere uitspraken.
De rechtbank sluit aan bij eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat de diplomatieke contacten onvoldoende zijn om uitzetting op korte termijn te realiseren. Het betoog van verweerder dat veel Chinezen achteraf toch documenten blijken te hebben, wordt als te algemeen verworpen. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de bewaring met ingang van 25 februari 2015 en kent een schadevergoeding toe voor 13 dagen onrechtmatige bewaring.
Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard omdat deze besluiten niet kunnen worden vernietigd op grond van het betoog dat zij voortvloeien uit de onrechtmatige aanhouding, welke niet ter toetsing ligt bij de vreemdelingenrechter. Tevens veroordeelt de rechtbank de Staat tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven met ingang van 25 februari 2015 en eiser ontvangt een schadevergoeding van €1140,-; het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.