Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een Somalische vrouw met een minderjarig kind, werd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geweigerd omdat Italië verantwoordelijk is voor haar asielaanvraag op grond van de Dublinverordening (Vo 604/2013).
Zij stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de situatie zich leende voor onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak. De kern van het geschil betrof de vraag of de garanties van Italië inzake opvang en behandeling van kwetsbare personen, zoals vereist door het arrest Tarakhel van het EHRM, voldoende waren.
De rechtbank stelde vast dat Italië formeel verantwoordelijk is en dat de Italiaanse autoriteiten garanties hebben afgegeven over opvang in een passend project, met de verplichting om ten minste 15 dagen voor overdracht nadere informatie te ontvangen. Verzoekster voerde aan dat deze garanties onvoldoende waren, met name over de locatie en leeftijdsadequate opvang, maar de rechtbank vond dat de garanties voldoen aan de eisen en dat verdere details bij de feitelijke overdracht worden verstrekt.
De rechtbank verwierp het beroep en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Zij benadrukte dat bij het ontbreken van voldoende garanties op het moment van overdracht verzoekster rechtsmiddelen kan aanwenden en dat de staatssecretaris niet zal overgaan tot overdracht zonder garanties. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.