ECLI:NL:RBDHA:2015:14738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- E. Kouwenhoven
- R.C.H.M. Lips
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor verhuuractiviteiten OG B.V.
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOR) op de verkrijging van aandelen in OG B.V. na het overlijden van de erflater. OG B.V. bezit twaalf panden die worden verhuurd aan D B.V., welke deze weer doorverhuurt aan horecagelegenheden. De erfgenamen vorderen toepassing van de BOR, stellende dat OG B.V. een materiële onderneming drijft en dat het rendement op de verhuur hoger is dan normaal vermogensbeheer.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verhuuractiviteiten van OG B.V. een onderneming vormen. De verhuur vindt plaats aan één huurder (D B.V.), en de werkzaamheden van de erflater betreffen vooral D B.V., niet OG B.V. Ook is niet bewezen dat OG B.V. risico loopt of een hoger rendement behaalt dan normaal vermogensbeheer. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen omdat geen toezegging of standpunt van de Belastingdienst is vastgesteld dat OG B.V. een onderneming drijft.
De rechtbank concludeert dat de BOR niet van toepassing is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens oordeelt zij dat de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende is en dat eiser niet geschaad is in zijn procesbelang. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep op toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit wordt afgewezen omdat OG B.V. geen materiële onderneming drijft.