ECLI:NL:RBDHA:2015:13238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunningen Turks gezin wegens onvoldoende motivering en strijd met gelijkheidsbeginsel
Eiser en eiseres, een Turks echtpaar, dienden meerdere aanvragen in voor verblijfsvergunningen om als zelfstandigen te werken en voor hun kinderen om bij hen te verblijven. Deze aanvragen werden door de staatssecretaris afgewezen, waarbij werd gewezen op een negatief advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) dat hun onderneming niet levensvatbaar zou zijn en een negatief verdringingseffect op de Nederlandse arbeidsmarkt zou veroorzaken.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd of de onderneming van het echtpaar levensvatbaar is, terwijl dit cruciaal is voor de beoordeling. Tevens is niet adequaat ingegaan op het beroep op het gelijkheidsbeginsel, aangezien vergelijkbare gevallen anders werden behandeld. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en vernietigt de bestreden besluiten.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het beroep van de minderjarige kinderen eveneens gegrond is, omdat hun verblijfsrecht afhankelijk is van dat van hun ouders. De verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen, maar er wordt een voorlopige voorziening getroffen die de uitzetting van eisers verbiedt totdat op bezwaar is beslist.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van griffierechten en proceskosten en draagt op binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en draagt op nieuwe besluiten te nemen binnen acht weken.