ECLI:NL:RVS:2013:2003
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen relevante wijziging recht is voor hernieuwde toetsing verblijfsvergunning zelfstandige
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor zelfstandige arbeid gegrond verklaarde.
De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling tegen het besluit van 4 januari 2012 inhoudelijk getoetst, mede vanwege een wijzigingsbesluit in de vreemdelingencirculaire (WBV 2011/2). De staatssecretaris stelde dat deze wijziging geen relevante wijziging van het recht betrof en dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 4 januari 2012 als een eerste afwijzing had beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het besluit van 4 januari 2012 van gelijke strekking is als het eerdere besluit van 3 mei 2011, dat onherroepelijk was geworden. De wijziging in de vreemdelingencirculaire bracht geen wezenlijke verandering in de beoordeling van het vereiste van een wezenlijk Nederlands belang. De vreemdeling had niet aangetoond dat de aanvragen betrekking hadden op wezenlijk verschillende ondernemingen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 4 januari 2012 wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.