ECLI:NL:RVS:2013:1350
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen relevante wetswijziging rechtvaardigt hernieuwde toetsing verblijfsvergunning zelfstandige
De minister voor Immigratie en Asiel wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met het bevel tot hernieuwde beoordeling.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 6 januari 2012 inhoudelijk had getoetst, omdat er geen relevante wijziging van het recht was die een hernieuwde toetsing rechtvaardigde. De aanvragen van november 2010 en juni 2011 betroffen dezelfde onderneming en er waren geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee bevestigde de Raad dat de wijziging in de Vreemdelingencirculaire geen nieuwe rechtsgrond bood voor toetsing.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.