Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 juli 2014 met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord houdende een reconventionele eis van 1 oktober 2014
- de brief van de zijde van [B] met bijlagen van 3 maart 2015;
- het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal van de op
- de brieven van de zijde van [A] d.d. 28 mei 2015;
- de brieven van de zijde van [B] met bijlagen d.d. 3 juni 2015;
- de brief van de zijde van [A] van 17 juni 2015.
2.De feiten
mevrouw [erflaatster] […] “verkoper”;
de heer [C ] […] wonende te [woonplaats] ,
voor zich;
als gevolmachtigde van zijn broer de heer drs [A] […]
in zijn hoedanigheid van directeur en als zodanig ter vertegenwoordiging van de naamloze vennootschap Internationale Verhuisonderneming “ [X] ” N.V. […]
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
De vorderingen
aan [C ]geuite bezwaren of voorbehouden ten aanzien van bedoelde toebedeling, terwijl vast staat dat [A] (enige tijd na het verlijden van de akte) de concept-akte en de schriftelijke bevestiging van het
Het perceel [adres 6] te [plaats] […] ten name van erflaatster, is