ECLI:NL:RBDHA:2015:10810
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A. Bouter-Rijksen
- R.J. Praamstra
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens deelname aan ernstige misdrijven in Eritrea
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen vanwege de toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Hij werd tevens een inreisverbod van tien jaar opgelegd. De rechtbank stelde vast dat eiser tijdens zijn militaire dienst had deelgenomen aan razzia’s en bestraffingen waarbij ernstige mensenrechtenschendingen plaatsvonden.
Uit zijn eigen verklaringen bleek dat hij op bevel van leidinggevenden betrokken was bij het vastbinden, bestraffen en oppakken van personen, en dat hij wist of had moeten weten dat deze handelingen strafbare feiten waren. De rechtbank verwierp het beroep op dwang omdat eiser meerdere kansen had om zich aan zijn plichten te onttrekken, maar pas na een strafmaatregel vluchtte.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheid dat de razzia’s in groepsverband werden uitgevoerd, niet betekent dat eiser niet persoonlijk verantwoordelijk is. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro en artikel 8 EVRM Pro faalde omdat eiser niet duurzaam in Nederland verbleef en het belang van de Nederlandse staat bij handhaving van het inreisverbod zwaarder woog. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De asielaanvraag wordt afgewezen en een inreisverbod van tien jaar opgelegd wegens persoonlijke deelname aan ernstige misdrijven.