ECLI:NL:RBDHA:2014:6481
Rechtbank Den Haag
- Schadevergoedingsuitspraak
- I. Obbink-Reijngoud
- E.I. Batelaan-Boomsma
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in navorderingsaanslagprocedure
De rechtbank Den Haag behandelde beroepen van de erfgenamen van wijlen erflater tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1990 tot en met 1994. De navorderingsaanslagen betroffen correcties op het basisinkomen vanwege een niet opgegeven rekening bij Kredietbank Luxembourg. De rechtbank oordeelde dat de door verweerder vastgestelde basisinkomens niet te hoog waren en verklaarde de beroepen ongegrond.
Daarnaast verzocht de erfgenamen om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn aanvangt op het moment dat verweerder op 4 februari 2010 kennis kreeg van het overlijden van erflater en de openheid van zaken over de rekening. De totale duur van de procedure overschreed de redelijke termijn met ruim twee jaar.
De rechtbank wees de schadevergoeding toe aan de erfgenamen en legde de volledige verantwoordelijkheid voor de termijnoverschrijding bij verweerder. De vergoeding werd vastgesteld op €2.500. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 22 mei 2014.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen worden ongegrond verklaard en de erfgenamen ontvangen een immateriële schadevergoeding van € 2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.