ECLI:NL:RBDHA:2014:4159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- C. van Boven-Hartogh
- J. de Graaf
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens ontoereikende motivering en niet-uitvoerbaar terugkeerbesluit
Eiser, een staatloos Palestijn die sinds 1993 in Nederland verblijft, kreeg een inreisverbod van tien jaar opgelegd nadat zijn bezwaar tegen een ongewenstverklaring was gegrond verklaard en opgeheven. De rechtbank stelt vast dat eiser zich in een situatie bevindt waarin hij Nederland niet kan verlaten, noch kan worden uitgezet. Verweerder motiveerde het inreisverbod mede op basis van een terugkeerbesluit uit 2006, maar de rechtbank oordeelt dat dit besluit niet uitvoerbaar is en daardoor geen grond kan vormen voor het opleggen van een inreisverbod.
De rechtbank overweegt dat het opleggen van een inreisverbod gekoppeld is aan een terugkeerbesluit volgens de Terugkeerrichtlijn, en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een niet-uitvoerbaar terugkeerbesluit toch tot een inreisverbod kan leiden. Bovendien had verweerder moeten onderzoeken of de situatie van eiser, die niet kan vertrekken, een reden vormt om af te zien van het inreisverbod op grond van humanitaire of andere redenen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Daarnaast veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het inreisverbod van tien jaar wordt vernietigd wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en ontoereikende motivering.