ECLI:NL:RBDHA:2014:1674
Rechtbank Den Haag
- Schadevergoedingsuitspraak
- T.A. de Hek
- S.E. Postema
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastingaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlandse rekening en overschrijding redelijke termijn
Eiser werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1990-1994 en aanslagen over 2001-2008, inclusief vergrijp- en verzuimboetes vanwege het niet aangeven van een buitenlandse bankrekening bij KB Lux. De rechtbank oordeelt dat eiser samen met zijn moeder gerechtigd was tot de rekening en dat hij niet aan zijn aangifte- en inlichtingenplicht heeft voldaan. Hierdoor is de bewijslast omgekeerd en is de schatting van de Belastingdienst redelijk.
De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslagen over 1990-1994 en vermindert de aanslagen over 2001-2008 conform de schattingen van de Belastingdienst. Vergrijpboetes worden passend geacht maar gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst een schadevergoeding van €8.500 toe aan eiser wegens een overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat onrechtmatig verkregen bewijs niet aan de orde is, dat de omkering van de bewijslast terecht is toegepast en dat de schattingen van het niet aangegeven vermogen redelijk zijn.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen over 1990-1994 vernietigd, aanslagen en boetes over 2001-2008 verminderd, en schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.