ECLI:NL:RBDHA:2014:15793
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ontslag PI-medewerker wegens verboden contacten met (ex)gedetineerde bevestigd
Verzoekster, werkzaam als bewaarder/complexbeveiliger bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, werd ontslagen wegens het onderhouden van verboden contacten met een (ex)gedetineerde en het niet melden daarvan, in strijd met de Gedragscode DJI.
Na een disciplinair onderzoek en een bezwaarprocedure handhaafde de minister van Veiligheid en Justitie het ontslagbesluit. Verzoekster stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat het ontslag onevenredig was gezien haar lange staat van dienst en de omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bewijs rechtmatig was verkregen vanwege concrete vermoedens en beperkte uitvraag, en dat verzoekster de contacten had erkend. Het plichtsverzuim werd als ernstig aangemerkt. Het ontslag werd niet als onevenredig beschouwd gezien de integriteitseisen binnen een PI en het feit dat verzoekster haar leidinggevende niet juist had geïnformeerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens verboden contacten met een (ex)gedetineerde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.