ECLI:NL:RBDHA:2014:13100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag en inreisverbod wegens motiveringsgebrek
De rechtbank Den Haag behandelde op 16 juni 2014 de beroepen van eiser tegen drie besluiten van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie: de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, de ongewenstverklaring en de afwijzing van zijn asielaanvraag voor bepaalde tijd met een inreisverbod.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en tegen de ongewenstverklaring niet-ontvankelijk respectievelijk ongegrond was, omdat eiser de beroepstermijnen had overschreden en de besluiten correct waren bekendgemaakt, onder meer via publicatie in de Staatscourant. De rechtbank vond geen aanleiding voor nader onderzoek naar eisers verblijfplaats of detentie in het buitenland.
Ten aanzien van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de erkenning als vluchteling was komen te vervallen. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast niet eenzijdig bij eiser kon worden gelegd en dat verweerder onvoldoende had aangetoond dat uitzetting niet in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro. Daarom werd dit besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod en de afwijzing van de asielaanvraag wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; de beroepen tegen intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring worden niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard.