ECLI:NL:RVS:2014:353
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling hoger beroep tegen inreisverbod en ongewenstverklaring afgewezen
De vreemdeling had een aanvraag ingediend om opheffing van zijn ongewenstverklaring en een inreisverbod tegen hem was uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat asielgerelateerde omstandigheden en het beroep op artikel 3 EVRM Pro niet in de procedure over het inreisverbod thuishoren. Dit leidt echter niet tot vernietiging van de uitspraak omdat deze kwesties in een asielprocedure aan de orde kunnen komen.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en stelt vast dat de vreemdeling geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot een andere beoordeling van het inreisverbod kunnen leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De vreemdeling krijgt het betaalde griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.