ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1035
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende duurzame bescherming in land van eerder verblijf
Eiseres, van Eritrese afkomst, diende een asielaanvraag in nadat zij jarenlang in Saoedi-Arabië had verbleven. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder i, van de Vreemdelingenwet 2000, stellende dat Saoedi-Arabië als land van eerder verblijf voldoende bescherming bood. Daarnaast werd het asielrelaas van eiseres, met name haar bekering tot de Pinkstergemeente, niet als geloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat eiseres in Saoedi-Arabië een geldige verblijfsvergunning heeft die duurzame bescherming biedt tegen terugzending naar Eritrea. Tevens werd geoordeeld dat het standpunt van verweerder dat het geloofsrelaas van eiseres niet geloofwaardig zou zijn, niet in redelijkheid kon worden ingenomen, aangezien eiseres kenmerkende en specifieke verklaringen over haar geloof had afgelegd.
Verder stelde de rechtbank vast dat van een vreemdeling niet mag worden verlangd dat hij zich terughoudend opstelt in de uitoefening van zijn geloof om vervolging te voorkomen. Omdat Saoedi-Arabië andere godsdiensten dan de islam verbiedt en strafbaar stelt, kon verweerder niet aannemelijk maken dat eiseres daar duurzame bescherming geniet.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat eiseres de nieuwe beslissing kan afwachten. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.