ECLI:NL:RVS:2011:BT1929
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste toetsingsmaatstaf geloofwaardigheid asielrelaas en vernietiging uitspraak rechtbank
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van 2 april 2009 van de minister van Justitie vernietigde, waarin een asielaanvraag werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de minister ten onrechte de toetsingsmaatstaf van positieve overtuigingskracht toepaste op het asielrelaas van de vreemdeling.
De Raad van State overweegt dat artikel 31, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen limitatieve opsomming geeft van omstandigheden die bij de beoordeling kunnen worden betrokken. De minister mocht daarom ook de late indiening van de asielaanvraag zonder goede reden betrekken bij de toetsing en de maatstaf van positieve overtuigingskracht hanteren.
De Raad stelt vast dat de minister gemotiveerd heeft geoordeeld dat het asielrelaas niet geloofwaardig was, onder meer vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen en onvoldoende bewijs van de situatie in Zimbabwe. De Raad toetst terughoudend en concludeert dat de minister redelijk heeft geoordeeld.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van 2 april 2009 wordt bevestigd.