ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid Shell-vennootschappen voor olielekkage Oruma Nigeria 2005
De rechtbank Den Haag behandelde twee procedures waarin Milieudefensie, Oguru en Efanga Shell-vennootschappen aansprakelijk stelden voor schade door een olielekkage in 2005 bij Oruma, Nigeria. De lekkage werd onderzocht door een Joint Investigation Team (JIT) en vastgesteld als sabotage, wat door de rechtbank definitief werd bevestigd.
De vorderingen betroffen onrechtmatige daad, waaronder tort of negligence, tort of nuisance en aansprakelijkheid op grond van de rule in Rylands v Fletcher volgens Nigeriaans recht. De rechtbank oordeelde dat Nigeriaans recht van toepassing is en dat de moedervennootschappen RDS, Shell Petroleum en Shell T&T geen duty of care hadden tegenover de eisers, mede vanwege de afstand en het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Ook SPDC werd niet aansprakelijk gehouden, omdat sabotage als oorzaak geldt en er geen specifieke duty of care bestond om sabotage te voorkomen of adequaat te reageren.
De rechtbank verwierp de stellingen over onvoldoende sanering en onrechtmatige aantasting van de leefomgeving, mede gelet op certificaten van de Nigeriaanse overheid en rapporten over de sanering. De nevenvorderingen tot maatregelen en dwangsommen werden eveneens afgewezen. Tot slot werden Milieudefensie c.s. veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: Alle vorderingen van Milieudefensie c.s. tegen Shell-vennootschappen wegens olielekkage Oruma 2005 worden afgewezen.