ECLI:NL:RBDHA:2013:7429
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- T. van Rij
- E.J.W. Heithuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing deelnemingsvrijstelling bij verkoop aandelenbelang na overgangsperiode
In deze zaak staat centraal of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op de verkoop van een aandelenbelang door eiseres in 2010, na afloop van het overgangsrecht dat tot 1 januari 2010 gold. Eiseres had sinds 2004 een belang van 4,7% in een beursgenoteerde vennootschap en verkocht dit belang in tranches in 2010. De waarde van het belang was in 2009 aanzienlijk gedaald ten opzichte van 2006.
De rechtbank stelt vast dat het overgangsrecht, dat de deelnemingsvrijstelling voor gelijkgestelde deelnemingen verlengde tot maximaal 31 december 2009, niet van toepassing is op het jaar 2010. Daarom is het deelnemingsregime vanaf 1 januari 2010 niet meer van toepassing op het belang van eiseres. De Belastingdienst heeft terecht een belastbare winst berekend als het verschil tussen de verkoopwaarde in 2010 en de waarde per 31 december 2009.
Eiseres voerde meerdere verweren aan, waaronder de toepassing van compartimentering en redelijke wetstoepassing, maar deze werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank erkent dat de compartimenteringsleer kan leiden tot uitkomsten die niet volledig overeenkomen met het economische resultaat, maar acht dit niet onredelijk en wijst het beroep af. De rechtbank legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de winstberekening van de Belastingdienst bij verkoop van het aandelenbelang in 2010.