ECLI:NL:RBDHA:2013:18607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening voorschot kinderopvangtoeslag naar nihil wegens ontbreken eigen kosten
Eiseres heeft een voorschot kinderopvangtoeslag ontvangen voor 2009, maar verweerder heeft dit voorschot herzien naar nihil wegens het ontbreken van bewijs van daadwerkelijke kosten voor kinderopvang. Eiseres voerde aan dat zij gerechtvaardigd had vertrouwd op het gastouderbureau en dat het disfunctioneren van dat bureau haar niet kon worden tegengeworpen. Ook stelde zij dat niet voldaan was aan de wettelijke eisen voor herziening en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het vertrouwen in het gastouderbureau juridisch voor rekening en risico van eiseres komt en dat de Belastingdienst bevoegd was het voorschot te herzien. Het voorschot is immers een voorlopige toekenning die herzien kan worden als blijkt dat de kosten niet zijn gemaakt. De Lex Silencio Positivo is niet van toepassing op de Awir, zodat geen recht op toeslag van rechtswege ontstaat bij het niet tijdig beslissen.
Verder heeft eiseres geen bewijs geleverd dat zij daadwerkelijk eigen kosten voor kinderopvang heeft gemaakt, zoals vereist op grond van de Awir en de Wet kinderopvang. Het ontbreken van een overeenkomst die aan de voorwaarden voldoet en het niet overleggen van bankafschriften leidde tot het oordeel dat geen recht op toeslag bestaat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de herziening van het voorschot naar nihil.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wordt herzien naar nihil wegens het ontbreken van bewijs van eigen kosten.