Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De feiten
2.Het geschil
primairgedaagde te verbieden eiser uit te leveren aan de VS, althans
subsidiairgedaagde te bevelen de feitelijke uitlevering van eiser uit te stellen tot het einde van het schooljaar 2013/2014
Rechtbank Den Haag
Een Vietnamese student die in de Verenigde Staten wordt verdacht van medeplichtigheid aan cybercrime, vorderde in kort geding dat zijn uitlevering aan de VS zou worden verboden of uitgesteld. De rechtbank Den Haag oordeelde dat de uitlevering niet verboden kan worden, omdat Nederland zich aan internationale afspraken moet houden en er voldoende bewijs is voor het uitleveringsverzoek. Wel werd geoordeeld dat uitlevering op dit moment van bijzondere hardheid zou zijn, omdat de student zijn studie in Nederland wil afronden en de investering van zijn familie in zijn studie niet verloren mag gaan.
De rechtbank nam mee dat de student sinds 2008 in Nederland verblijft met een verblijfsvergunning en studeert aan de Saxion Hogeschool. De studie moet uiterlijk in juli 2014 worden afgerond. De student werkt mee aan het strafproces in de VS en wil dat ook na zijn studie blijven doen. De rechtbank vond het onrealistisch dat hij zijn studie na een langdurige detentie in de VS zou kunnen hervatten.
Daarom werd de uitlevering uitgesteld tot 21 juli 2014, de datum waarop de studie volgens planning zou zijn afgerond. De rechtbank wees het verzoek om uitlevering volledig te verbieden af, maar erkende de bijzondere omstandigheden die uitstel rechtvaardigen. De minister werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. G.P. van Ham en op 16 oktober 2013 uitgesproken.
Uitkomst: De uitlevering van de Vietnamese student aan de VS wordt uitgesteld tot 21 juli 2014, zodat hij zijn studie kan afronden.