ECLI:NL:RBDHA:2013:11042
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens ontbreken rechtsgeldige overeenkomst
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2009, waarbij de Belastingdienst het voorschot heeft vastgesteld op nihil. De opvang vond plaats via een gastouderbureau. Eiseres stelde dat zij recht had op het volledige voorschot omdat er een overeenkomst was volgens artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang (Wko).
Verweerder stelde dat eiseres geen schriftelijke overeenkomst had overgelegd die voldeed aan de wettelijke eisen. Er waren meerdere versies van de overeenkomst overgelegd, waarvan de authenticiteit van de latere versies werd betwijfeld. Alleen het eerste contract, dat niet voldeed aan de vereisten (ontbreken uurtarief, dagtekening en opvanguren), kon als bewijs worden meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor toekenning van het voorschot kinderopvangtoeslag. Daarnaast was het bezwaar kennelijk ongegrond, zodat afzien van het horen van eiseres gerechtvaardigd was. Andere aangevoerde gronden faalden eveneens. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige schriftelijke overeenkomst.