Uitspraak
201101696/1/H2) dient degene die voornemens is een gastouderbureau in exploitatie te nemen dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van feitelijke vestiging, is dit college belast met het toezicht op de in zijn gemeente gevestigde gastouderbureaus en verwijdert dit college het gastouderbureau indien dat niet meer voldoet aan gestelde kwaliteitseisen uit het register. Gelet hierop dient het gastouderbureau te Hoogeveen wat betreft de toepassing van de Wko als een ander gastouderbureau te worden aangemerkt dan het gastouderbureau te Gorinchem. Het gastouderbureau te Gorinchem is op 20 oktober 2008 door het college uit het gemeentelijke register verwijderd wegens het niet voldoen aan de (kwaliteits)eisen van de Wko. De verwijdering uit het gemeentelijke register is overeenkomstig artikel 9, derde lid, van de Regeling bekend gemaakt in het huis-aan-huisblad "Stad Gorinchem" van 21 oktober 2008.
201100797/1/H2) bestaat geen recht op een voorschot kinderopvangtoeslag indien geen sprake is van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van Pro de Wko die de basis vormt voor de kinderopvang. Dit betekent gelezen in samenhang met artikel 18, eerste lid, van de Awir dat degene die stelt recht te hebben op een voorschot kinderopvangtoeslag dat aan de hand van een schriftelijke overeenkomst met de houder moet aantonen. Nu in de overgelegde overeenkomst de datum van ondertekening ontbreekt en die overeenkomst eerst op 6 juni 2011 is overgelegd, staat niet vast dat de kinderopvang op basis van die overeenkomst heeft plaatsgevonden en kan die overeenkomst niet als bewijs voor kinderopvang dienen.