ECLI:NL:RBBRE:2012:CA0282
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen wegens onvoldoende voortvarendheid en onvolledige specificatie boete en heffingsrente
Belanghebbende werd door de inspecteur geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2001 tot en met 2005, gebaseerd op gegevens van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg. De inspecteur gebruikte informatie die door Belgische autoriteiten was verkregen en die via het project Bank Zonder Naam werd verwerkt.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende rechthebbende was van de buitenlandse rekening. De gegevens zijn op rechtmatige wijze verkregen en authentiek. De inspecteur heeft de bewijslast voldoende vervuld en de methode van redelijke schatting van het vermogen en het inkomen is niet onredelijk.
Echter, de rechtbank stelt vast dat de inspecteur onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij het opleggen van de navorderingsaanslagen over 2001 en 2002, waardoor deze vernietigd worden. Daarnaast zijn op de aanslagbiljetten over 2003 tot en met 2005 alleen totaalbedragen vermeld zonder afzonderlijke specificatie van boete en heffingsrente, waardoor de beschikkingen hierover niet tot stand zijn gekomen. De aanslagen worden daarom verminderd tot het bedrag van de enkelvoudige belasting.
Verder erkent de rechtbank dat de behandeling van het bezwaar en beroep langer dan redelijk was, waardoor het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding. De inspecteur wordt niet in de proceskosten veroordeeld vanwege samenhang met andere zaken.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen 2001 en 2002 vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid; aanslagen 2003-2005 verminderd tot enkelvoudige belasting wegens ontbreken specifieke boete- en heffingsrentebeschikkingen.