ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2622
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt belastingplicht speelautomaten ondanks vrijstelling casinospelen en internetgokken
Belanghebbende exploiteerde speelautomaten in casino’s, gokhallen en horecagelegenheden en maakte bezwaar tegen de heffing van omzetbelasting over de opbrengsten van deze speelautomaten in de periode mei 2005 tot juni 2008. De inspecteur verklaarde de bezwaren ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Breda.
De kern van het geschil betrof de vraag of de opbrengsten uit speelautomaten onder de btw-vrijstelling voor kansspelen vallen, zoals die geldt voor casinospelen en internetgokken. Belanghebbende stelde dat deze vormen van gokken gelijksoortig zijn en daarom dezelfde fiscale behandeling verdienen.
De rechtbank verwees naar het EU-recht en jurisprudentie van het Hof van Justitie, waarin is bepaald dat vrijstellingen niet in strijd zijn met het neutraliteitsbeginsel indien de vrijgestelde en niet-vrijgestelde spelen niet in concurrentie staan en door de gemiddelde consument als verschillend worden ervaren. De rechtbank concludeerde dat casinospelen en speelautomaten wezenlijk verschillen in format, structuur en inzetmogelijkheden, waardoor zij niet als gelijksoortig worden gezien door de modale consument.
Ook internetgokken werd als niet gelijksoortig beoordeeld vanwege de andere gebruiksfuncties van computers en de andere structuur van het spel. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de wetgever het neutraliteitsbeginsel niet heeft geschonden door speelautomaten uit te zonderen van de btw-vrijstelling.
Daarnaast werd vastgesteld dat de griffier eenmaal het griffierecht van €302 aan belanghebbende terugbetaalt vanwege de fiscale eenheid en dubbele beroepschriften. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat speelautomaten niet zijn vrijgesteld van omzetbelasting.