ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2605
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privé- of ondernemingsvermogen van perceelgrond bij bouw woning
Belanghebbende kocht in 1982 een perceel grond dat als ondernemingsvermogen werd aangemerkt met de intentie een varkensbedrijf te starten en later een woning te bouwen. De rechterstrook van het perceel werd tot 2005 gebruikt als schapenweide en later voor woningbouw.
De kern van het geschil was of de rechterstrook vanaf aankoop verplicht privévermogen was en of het gelijkheidsbeginsel was geschonden. Belanghebbende stelde dat de rechterstrook altijd privévermogen was geweest en dat de inspecteur het gelijkheidsbeginsel schond door anders te handelen dan in een vergelijkbare zaak.
De rechtbank oordeelde dat ten tijde van aankoop niet vaststond welk deel van het perceel uitsluitend voor bewoning bestemd was, waardoor het gehele perceel keuzevermogen was. De keuze om de rechterstrook als ondernemingsvermogen te bestempelen overschreed de grenzen der redelijkheid niet. Het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet feitelijk en juridisch vergelijkbaar waren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard; de rechterstrook is keuzevermogen en geen verplicht privévermogen.