ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4348
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schadevergoeding ondanks overschrijding redelijke termijn bij WOZ-waarde bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €484.000, hoger dan de verkoopprijs van een vergelijkbaar object. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan met een taxatierapport en dat de waardering niet te hoog was vastgesteld.
Belanghebbende stelde dat de heffingsambtenaar een kopie van de kladmatrix niet had verstrekt, wat een schending van artikel 7:4 Awb Pro zou zijn. De rechtbank erkende de schending van het vormvoorschrift maar zag geen aanleiding tot proceskostenvergoeding omdat belanghebbende geen verzoek tot overlegging had gedaan en geen nadelige gevolgen aannemelijk maakte.
Hoewel de bezwaar- en beroepsfase samen ruim twee jaar duurden, oordeelde de rechtbank dat de behandeling voldoende voortvarend was geweest gezien de complexiteit en de piekbelasting bij de gemeente. De rechtbank wees het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
De uitspraak werd gedaan op 25 mei 2012 door rechter W.A.P. van Roij en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is ongegrond verklaard en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen.