ECLI:NL:RBBRE:2012:BW9325
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek verlies afwaardering lening aan familiebv wegens niet-zakelijk risico
Belanghebbende verstrekte een lening van €100.000 aan de BV van haar zoon, welke per 31 december 2007 werd afgewaardeerd met €75.000. Zowel belanghebbende als haar echtgenoot namen elk €37.500 afwaardering in hun aangiften inkomstenbelasting op als verlies uit overige werkzaamheden. De inspecteur corrigeerde deze aftrek bij belanghebbende.
De rechtbank stelt vast dat de lening een ongebruikelijke terbeschikkingstelling betreft onder artikel 3.92 lid 3 Wet IB 2001. De waarde van de vordering moet worden vastgesteld op het moment van verstrekking en per balansdatum, rekening houdend met alle bekende feiten. Een afwaardering kan niet ten laste van het resultaat worden gebracht indien het risico om niet-zakelijke redenen is aanvaard, zoals hier het geval is vanwege de familierelatie en het ontbreken van zakelijke zekerheden.
Belanghebbende voerde onder meer het vertrouwensbeginsel aan en verwees naar beleidsbesluiten omtrent regresvorderingen, maar deze argumenten werden verworpen. Ook het feit dat de inspecteur de aangifte van de echtgenoot zonder correctie volgde, wekte geen rechtens te beschermen vertrouwen. De rechtbank concludeert dat het verlies niet aftrekbaar is en dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de correctie van de aftrek van het verlies uit afwaardering van de lening wordt ongegrond verklaard.