ECLI:NL:RBBRE:2012:BW9013
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening verliesbeschikking vennootschapsbelasting wegens kwade trouw belanghebbende
Belanghebbende, een vennootschap met een hoge rekening-courantschuld aan haar enig aandeelhouder, diende een aangifte vennootschapsbelasting in waarin zij niet de juiste rubrieken invulde met betrekking tot rentelasten en niet-aftrekbare rente volgens artikel 10d Wet Vpb. De inspecteur stelde het verlies over 2005 bij beschikking herzien vast op een lager bedrag na correctie op grond van deze regeling.
De rechtbank oordeelt dat er geen nieuw feit is dat de herziening rechtvaardigt, maar dat belanghebbende te kwader trouw is omdat zij willens en wetens de aanmerkelijke kans accepteerde dat de aangifte onjuist was. Dit volgt uit het feit dat het kantoor van de gemachtigde een werkwijze hanteerde die gebrekkige controle inhield, waardoor de onjuiste aangifte werd gedaan.
De kwade trouw van de gemachtigde wordt aan belanghebbende toegerekend, waardoor de inspecteur gerechtigd was de verliesbeschikking te herzien. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de herziening van het verlies over 2005 wordt ongegrond verklaard wegens kwade trouw.