ECLI:NL:RBBRE:2012:BW9012
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening verliesbeschikking vennootschapsbelasting wegens kwade trouw belanghebbende
Belanghebbende, een vennootschap met een hoge rekening-courantschuld aan haar enig aandeelhouder, heeft in haar aangifte vennootschapsbelasting over 2004 niet de rubrieken ingevuld die betrekking hebben op kosten van schulden aan aandeelhouders en niet-aftrekbare rente volgens artikel 10d Wet Vpb. De inspecteur stelde daarom het verlies over 2004 bij beschikking herzien vast op een lager bedrag dan door belanghebbende opgegeven.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een nieuw feit dat herziening rechtvaardigt, maar oordeelde dat dit niet het geval was. Wel stelde de rechtbank vast dat belanghebbende te kwader trouw was, omdat haar gemachtigde bewust een werkwijze hanteerde die de kans op een onjuiste aangifte verhoogde. De kwade trouw van de gemachtigde werd aan belanghebbende toegerekend.
Hierdoor was de inspecteur gerechtigd het verlies bij beschikking te herzien. Het beroep van belanghebbende tegen deze herziening werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het verlies over 2004 blijft in stand wegens kwade trouw van belanghebbende.