ECLI:NL:RBBRE:2012:BV8736
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vaste aanstelling na uitzendperiode bij opeenvolgende tijdelijke contracten
Eiseres was vanaf 1 juli 2004 werkzaam bij verweerder via een uitzendbureau en had daarna meerdere tijdelijke aanstellingen bij verweerder. Tussen 4 april 2008 en 1 augustus 2008 werkte zij via een uitzendbureau, waarna zij opnieuw tijdelijke contracten kreeg bij verweerder. Verweerder stelde dat deze uitzendperiode niet meetelde voor het verkrijgen van een vaste aanstelling, terwijl eiseres betoogde dat deze periode wel moest worden meegeteld.
De rechtbank stelde vast dat de uitzendperiode van 4 april 2008 tot 1 augustus 2008 feitelijk werd gebruikt om te voorkomen dat eiseres een vaste aanstelling zou krijgen, terwijl zij dezelfde werkzaamheden op dezelfde werkplek voortzette. Jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep over uitzendperiodes voorafgaand aan tijdelijke aanstellingen was hier niet van toepassing, omdat de uitzendperiode hier tussen twee reeksen tijdelijke aanstellingen lag.
De rechtbank concludeerde dat de uitzendperiode mee moet tellen in de reeks van tijdelijke aanstellingen, waardoor eiseres op 1 april 2008 van rechtswege een vaste aanstelling heeft gekregen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden. Het primaire en het bestreden besluit werden vernietigd en herroepen.
Uitkomst: Eiseres heeft vanaf 1 april 2008 een vaste aanstelling bij verweerder en het ontslagbesluit wordt vernietigd.