ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8318
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op aftrek negatieve eigenwoninginkomsten bij binnenlandse belastingplicht en inhaalregeling
Belanghebbende, die in 2001 naar België emigreerde, koos in de jaren 2002 tot en met 2005 voor binnenlandse belastingplicht in Nederland waarbij negatieve inkomsten uit zijn Belgische eigen woning werden meegenomen. In 2007 werd de inhaalregeling toegepast, waardoor eerdere aftrek werd gecorrigeerd. Belanghebbende betwistte deze toepassing en stelde dat dit in strijd is met het Europese recht, met name het vrije verkeer van werknemers.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende nagenoeg zijn gehele inkomen in Nederland verdiende in genoemde jaren en dat hij op grond van het arrest Renneberg een onvoorwaardelijk recht op aftrek van de negatieve inkomsten uit zijn eigen woning had. De inhaalregeling leidt tot een slechtere positie dan ingezetenen in vergelijkbare omstandigheden, wat een discriminatie vormt zonder objectieve rechtvaardiging.
Verder oordeelde de rechtbank dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet tot de ondernemingswinst behoort en dat het heffingsrecht hierover aan België toekomt. De inspecteur mocht de negatieve eigenwoninginkomsten salderen met de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van €56.545 met een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting van €4.075 zonder toepassing van de inhaalregeling. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag en wijst proceskosten toe.